Een vogelvlucht door het leven van Evangeline Warmerdam

Een vogelvlucht door het leven van Evangeline Warmerdam

Een veelgelezen pocket is de pocket Cardiologie en vasculaire geneeskunde. Wij mochten Evangeline Warmerdam, één van de auteurs van de pocket en het gelijknamige hoofdstuk in de reeks 2.0, interviewen en maakten samen een vogelvlucht door haar leven.

Wederom starten we helemaal van jongs af aan; kleine Evangeline. Hoe was je als klein meisje?

“Als klein meisje was ik rustig en nieuwsgierig. Volgens mij kon ik soms ook best eigenwijs zijn en wilde ik graag dingen zelf en op mijn manier doen. Ik was heel leergierig, vooral de natuur en dieren vond ik ontzettend interessant. Ik vond het dan ook jammer dat we geen huisdieren hadden. Ik heb lang gebedeld bij mijn ouders om een konijn. Uiteindelijk kwam er een hond, haha! Ik ben enig kind, dus ik denk dat mijn ouders het wel leuk leek als ik wat gezelschap had. Daarnaast heb ik het grootste deel van mijn jeugd in Emmeloord gewoond, dus aan ruimte om huis hadden we geen gebrek. Mijn droombaan was dolfijnentrainer, maar toen bleek dat dat niet voor veel mensen was weggelegd, wilde ik dierenarts worden.”

Toch al vroeg een ambitie als arts, wanneer kwam je er achter dat je toch geen dierenarts wilde worden?

“Wanneer ik heb besloten dat ik geneeskunde wilde doen in plaats van diergeneeskunde weet ik niet goed meer. Volgens mij kwam ik er langzaam achter dat ik toch liever met mensen dan met dieren wilde werken.”

Hoe was de middelbare schoolperiode voor jou?

“De middelbare school vond ik heel leuk, ik voelde me hier beter op mijn plek dan op de basisschool. De sfeer in de klas was goed en ik had al snel vriendinnen gemaakt. In mijn vrije tijd deed ik aan volleybal. Ik vond sporten en in de sporthal rondhangen met teamgenoten vaak belangrijker dan huiswerk maken, al waren mijn ouders het daar natuurlijk niet mee eens. Ondanks de soms minimale inspanning lukte het om goede cijfers te blijven halen. Als profiel koos ik Natuur & Gezondheid en Natuur & Techniek. Dat vond ik ideaal, zo had ik een minimum aan vakken en hoefde ik geen vakken erbij te kiezen die ik eigenlijk niet interessant vond.”

Appeltje-eitje zo te horen! Waren je cijfers hier ook naar?

“Ik weet nog goed dat ik na de examenuitslag vol spanning mijn cijferlijst op ging halen, ik was ontzettend zenuwachtig. Ik scheurde de envelop open en rekende snel in mijn hoofd mijn gemiddelde cijfer uit. Het was precies een acht! Wat was ik gelukkig! Ik kon geneeskunde gaan studeren en mocht zelfs kiezen waar ik dat wilde doen. Ik wilde graag weg uit het noorden van het land en had goede verhalen gehoord over de opleiding in Utrecht, dus daar wilde ik heen. Ik kon niet wachten om uit huis te gaan, weg van het platteland en naar de grote stad.”

Op naar de grote stad. Hoe beviel het leven je daar?

“De eerste jaren studeren waren heerlijk. Ik kende helemaal niemand in Utrecht en had het gevoel dat ik nu eindelijk alles kon doen waar ik zin in had en uit kon vinden wie ik was. Mijn werkgroep van geneeskunde bleek een hele leuke groep mensen en met drie van hen ben ik nog steeds goed bevriend. Ik heb even getwijfeld of ik tijdens mijn studie bij de volleybalvereniging in Emmeloord zou blijven volleyballen, maar gezien de reisafstand heb ik er toch voor gekozen om te gaan volleyballen bij een studentenvolleybalverening (USV Protos) in Utrecht. Dat was, achteraf gezien, echt de beste beslissing die ik had kunnen maken. Er werd op een leuk niveau gevolleybald en eigenlijk was het na vrijwel elke training of wedstrijd feest. Zo leerde ik heel snel veel leuke mensen kennen. Ik heb er veel vriendinnen, mijn huidige vriend en een hoop gaten in mijn geheugen aan overgehouden. Mijn studieresultaten kwam het niet altijd ten goede, maar ze hebben er nooit echt onder geleden. Ik haalde vrij constant een zeven op tentamens.”

Heerlijk van het studentenleven genoten dus. Had je toen al enig idee welke richting je op wilde?

“Al in mijn eerste jaar vond ik hart- en vaatziekten interessant en ik wist zeker dat ik chirurg wilde worden. In mijn tweede jaar durfde ik eindelijk een keer na een college op de professor vaatchirurgie af te stappen om te vragen hij niet wat onderzoeksklusjes had liggen. Natuurlijk had hij databases die gevuld moesten worden en uiteindelijk heb ik tot in het begin van mijn master een aantal chirurgen en onderzoekers ondersteund. Het leukste was dat ik ook al voor de start van mijn coschappen bij een paar operaties mee mocht kijken. Fantastisch vond ik het, dat gepriegel aan die vaten. Mijn eerste coschap chirurgie liep ik ook in het UMCU en als het even kon liep ik mee met de vaatchirurgen. Helaas werd ik er toen ook mee geconfronteerd dat niet het ideale chirurgenlijf heb. Ik ben hypermobiel en heb veel last van mijn rug. Dat maakt zo’n lange operatie wel extra zwaar. Eigenlijk kan ik helemaal niet acht uur achter elkaar staan, ik ben zelfs een paar keer vasovagaal geworden van de rugpijn. Langzaam kwam het besef dat ik misschien toch op zoek moest naar een ander specialisme…”

‘’ Mijn eerste keuzecoschap deed ik bij de cardiologie. Het was een schot in de roos’’

Hoe gingen de coschappen je verder af?

“De twee coschappen van de bachelor hadden me enthousiast gemaakt voor de master. Eindelijk geen stoffige boeken, maar echte patiënten! Ik begon met mijn wetenschapsstage, maar ik wist niet zeker of ik daarna meteen mijn coschappen wilde doen. Veel van mijn medestudenten gingen tussen hun bachelor en master een paar maanden reizen. Dat leek me eigenlijk ook wel leuk, maar ik was bang dat ik mijn kans gemist had nu ik al met de master begonnen was. Gelukkig waren de roostermakers flexibel. Ik zou een paar maanden gaan werken, daarna met mijn vriend op reis en dan verder met de master. 

Helaas ging dat niet helemaal zoals gepland…Tijdens het volleyballen scheurde ik mijn voorste kruisband. Dat betekende twee operaties en negen maanden revalideren, waarvan meer dan twee maanden op krukken lopen. Dat was tijdens coschappen verre van ideaal geweest. Gelukkig vonden ze het bij mijn baantje op dat moment niet erg als ik in trainingsbroek (iets anders paste ik niet door het verband om mijn knie) kwam werken. Als mijn herstel en revalidatie soepel zou verlopen zou ik misschien toch nog op reis kunnen, misschien alleen iets later. Nu komt ongeluk nooit alleen en de maanden erna hingen dan ook van verdrietige gebeurtenissen aan elkaar, met als dieptepunt mijn relatie die uitging.”

Wat ontzettend naar… Hoe heb je alles toen weer opgepakt?

“Nadat ik mezelf bij elkaar geraapt had, besloot ik om toch gewoon op reis te gaan. Het werden drie fantastische maanden in Zuid-Oost Azië en Australië. Vol goede moed begon ik daarna aan mijn coschappen. De coschappen stelden niet teleur, eindelijk kon ik zien waarom we in de bachelor zo lang met onze neus in de boeken hadden gezeten. Ik haalde veel energie uit het contact met patiënten en artsen en vrijwel alle coschappen vond ik leuk en leerzaam. Die motivatie, het enthousiasme en harde werken tijdens de coschappen zag ik gelukkig ook terug in mijn cijfers. Ik bleef hart- en vaatziekten interessant vinden, dus mijn eerste keuzecoschap deed ik bij de cardiologie. Het was een schot in de roos. Alles vond ik leuk aan dit coschap: de ziektebeelden, de artsen en verpleegkundigen, het onderwijs, de sfeer op de afdeling. Ik was om. Vanaf dat moment wilde ik cardioloog worden.”

Ik kwam er snel achter dat ik niet in Australië wilde werken.

Die reis naar Azië en Australië bleef het niet bij. Je hebt ook enkele coschappen in het buitenland gevolgd. Hoe was dat?

“Tijdens mijn reis was ik een leuke Australiër tegen gekomen. Na een tweede kort bezoek aan Australië en een vakantie in India samen was het duidelijk dat we elkaar erg leuk vonden en dat we een serieuze relatie wilden. Nu is aan de andere kant van de wereld wonen wel een hele extreme vorm van een latrelatie. Ik besloot dus daar twee coschappen (kindergeneeskunde en chirurgie) te gaan doen, om eens te kijken of ik daar misschien zou willen werken. In Australië is de opleiding iets anders ingericht. De coassistenten moesten na afloop van hun coschap pittige tentamens afleggen en vaak ook een praktijkexamen. Als het even kon gingen ze dan ook begin van de middag al naar huis, zodat ze thuis konden studeren. Voor mij gaf dit veel kansen: ik kreeg heel veel onderwijs en ik kon ’s middags met alle mogelijke operaties en verrichtingen meekijken. Ondanks dat men weinig ervaring had met buitenlandse studenten kreeg ik goede begeleiding.

Confronterend vond ik de sociale ongelijkheid in het land. Dat werd meteen duidelijk zodra je de bus uitstapte bij het ziekenhuis: aan de ene kant van de weg stond de privékliniek met marmeren vloeren en grote glazen deuren, aan de andere kant het ‘publieke’ ziekenhuis met afgetrapt tapijt en krakende liften. Vooral op de eerste hulp en de poliklinieken heb ik veel schrijnende gevallen gezien. Ouders die twaalf uur lang met hun zieke kind in een oververhitte bus hadden gezeten om naar het ziekenhuis te komen, omdat ze alleen het goedkoopste buskaartje konden betalen. Een patiënt met een groot ulcus op zijn voet dat maar niet dicht ging, omdat hij voor zijn werk veel moest lopen. Stoppen met werken was geen optie, dan zou hij met zijn gezin uit zijn huis gezet worden. Ik vond het lastig dat je, behalve optimale medische behandeling, niets kon doen om deze mensen te helpen. Natuurlijk merkte je dit niet alleen in het ziekenhuis, maar ook in het dagelijks leven. Dit is ook één van de redenen dat ik niet in Australië wilde werken. Voor het eerst in mijn leven had ik heimwee, ik wilde terug naar het gemoedelijke leven in Utrecht met al mijn vrienden en familie dichtbij. Dit had niet alleen gevolgen voor mijn carrière, dit betekende ook dat de relatie uiteindelijk geen stand hield. Eerlijk gezegd was dat een opluchting, ik kon nu verder gaan met plannen maken voor mijn toekomst in Utrecht en het laatste deel van mijn studie afronden.”

Wat ontzettend gaaf dat je deze ervaring mee hebt mogen maken! Hoe zag het afronden van je studie eruit?

“In het laatste jaar van mijn master heb ik een semi-artsstage cardiologie gedaan en daarna zes maanden wetenschapsstage bij de cardiogenetica. Ik werkte daarvoor al een paar jaar als werkstudent bij de cardiogenetica, dus hier mijn stage doen en vervolgens een PhD leek een logische stap. Toch werd ik niet enthousiast de beschikbare vacatures bij de cardiogenetica op dat moment. Eigenlijk vond ik aangeboren hartafwijkingen en imaging interessanter. Op dat moment was er één arts-onderzoeker die deze twee onderwerpen in zijn PhD combineerde. Ik had geluk, hij ging bijna weg en was op zoek naar een opvolger. Ik had dus een baan gevonden en ook nog eens precies de baan die ik zocht!”

Wat een geluk! Wat houdt je baan als arts-onderzoeker precies in?

“Mijn werk als arts-onderzoeker is heel divers. Ik kan vrijwel alles voor de onderzoeken zelf doen: protocollen schrijven, patiënten begeleiden, MRI scans uitwerken, data analyseren en artikelen schrijven. Daarnaast probeer ik ook vaak bij patiëntbesprekingen en interventies op de hartcatheterisatiekamer te zijn. Op die manier krijg ik nog iets mee van de kliniek en kan ik veel kennis opdoen over de verschillende aangeboren hartafwijkingen. De flexibiliteit van het werk als arts-onderzoeker is heel fijn. Zo heb ik een jaar lang samen met mijn vriend ons huis verbouwd. Tegelijkertijd is die flexibiliteit soms ook lastig, het werk is nooit af en het is dan verleidelijk om toch maar even in de avonden en weekenden door te werken om dat artikel af te krijgen.”

Is onderzoek doen iets wat je als arts wilt blijven combineren?

“Ja, het liefst zou ik onderzoek blijven doen later. Ik vind het leuk werk en haal er veel energie uit. Daarnaast lijkt het me een verrijking naast het werk in de kliniek. Onderzoek dwingt je om creatief te denken en met originele ideeën te komen. Vaardigheden die ook in de kliniek goed van pas kunnen komen.”

Wat doe je verder naast onderzoek nog in je vrije tijd?

“Ook in mijn vrije tijd blijf ik toch een beetje een vakidioot. Zo heb ik me vorig jaar aangesloten bij License to Heal, een samenwerking van politieke jongerenorganisaties die zich inzet voor de toegankelijkheid en betaalbaarheid van medicijnen. Ook schrijf ik af en toe blogs voor de VvAA. Zelfs mijn favoriete boek, When Breath Becomes Air, gaat over een arts. Gelukkig heb ik veel vrienden die niet in de zorg werken en is mijn vriend geen arts. Dat zorgt voor het nodige perspectief en de realisatie dat er ook een wereld buiten het ziekenhuis is. In mijn vrije tijd geniet ik het liefst van alle goede dingen in het leven. Ik word blij van met vrienden uitgebreid koken, goed eten en lekkere cocktails drinken.  Het aller gelukkigst ben ik samen met mijn vriend in de bergen. Lekker lopen in de natuur met even niets anders dan wij twee en de indrukwekkende natuur, heerlijk.”

“Toen ik coschappen liep bestond er nog geen Compendium Geneeskunde. Ik houd erg van samenvattingen en schema’s, dus ik was altijd zelf een soort zakboekjes aan het knutselen.”

Even een heel ander hoofdstuk uit jouw leven; Compendium. Naast auteur van het hoofdstuk Cardiologie en vasculaire geneeskunde heb je ook meegewerkt aan de pocket Cardiologie. Miste je een Compendium tijdens jouw studietijd?

“Toen ik coschappen liep bestond er nog geen Compendium Geneeskunde. Ik houd erg van samenvattingen en schema’s, dus ik was altijd zelf een soort zakboekjes aan het knutselen. Toen ik een bericht zag op Facebook (het was 2015!) van Veerle en Romee waarin ze het idee van Compendium uitlegden en ze zeiden op zoek te zijn naar auteurs voor de verschillende hoofdstukken was ik meteen enthousiast. Na een sollicitatie via Skype kreeg ik te horen dat ik, samen met Wilco Perini, het hoofdstuk Cardiologie en Vasculaire geneeskunde mocht gaan schrijven.”

Stel, je bent opnieuw net afgestudeerde (bachelor) student geneeskunde, wat is de belangrijkste keuze die je anders had gemaakt? 

“Helemaal niets. Ik ben heel gelukkig met hoe alles gelopen is.”

En als laatst: wat zou je ons als (medisch) studenten mee willen geven?

“Blijf dicht bij jezelf en doe geen dingen omdat je het gevoel hebt dat het zo hoort. Ik geloof dat je daar uiteindelijk gelukkiger van wordt dan wanneer je streeft naar het ideaalplaatje dat anderen voor je bedacht hebben.”

Beknopt CV van Evangeline Warmerdam:

Over Lore van Riel

Lore van Riel is 22 jaar en momenteel bezig met haar coschappen aan het VUmc. Vorig jaar heeft zij haar wetenschappelijke stage binnen de kinderoncologie gedaan en meegeschreven aan het hoofdstuk Oncologie van Compendium 2.0. Naast haar studie is zij vaak te vinden in het zwembad of op de tennisbaan, sporten vind zij erg belangrijk naast haar studie. Zij interviewt artsen en neemt samen met hen een vogelvlucht door hun leven.

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.