In gesprek met…. Roos Mare en Ritchie, de auteurs van de pocket Psychiatrie

In gesprek met... Roos Mare & Ritchie

Het is weer tijd om aandacht te besteden aan een van de vele mooie pockets die Compendium Geneeskunde rijk is. Deze week staat in het teken van de pocket Psychiatrie. Een interessant vakgebied vol uitdagingen. In dit interview leren we het super duo Roos Mare en Ritchie kennen die zich afgelopen december t/m februari hard hebben ingezet om deze pocket voor jullie te schrijven. Het is even zoeken zo’n video interview met zijn drietjes, maar na de nodige technische probleempjes lukt het om dit enthousiaste tweetal te ondervragen over hun trots.

De voorstelronde…

De 26-jarige Ritchie Wijnker is als zesdejaars geneeskunde student bijna klaar om niet meer als coassistent, maar als arts door het leven te gaan. Van de coronacrisis heeft hij gelukkig weinig hinder. Hij had stiekem juist meer tijd om zich volledig op zijn scriptie te focussen, het laatste stukje van de master. Met de eindpresentatie net achter de rug is, het afwachten op de laatste cijfers begonnen. Verder is hij druk bezig met publiceren over, hoe kan het ook anders, de psychiatrie. In Amsterdam werkt hij mee aan een onderzoek naar Deep Brain Stimulatie bij uitbehandelde anorexiapatiënten. In zijn vakanties verdiende hij met plezier bij als baliemedewerker bij een privékliniek.

Tijdens zijn semiarts stage op de kindergeneeskunde in het AMC ontmoette hij Roos. Al snel blijkt dat ze beide een passie hebben voor de Psychiatrie en dit komt perfect uit, want Roos Mare kon wel wat hulp gebruiken bij het schrijven van de pocket. Al eerder herschreef zij voor Compendium het hoofdstuk psychiatrie voor de 2.0 boekenreeks, maar dan in haar eentje.

“Het samenwerken maakt het schrijven voor compendium eigenlijk nog leuker.”

Roos Mare van der Werf, 25 jaar oud, heeft nog ietsje langer als coassistent te gaan. Bij het uitbreken van de coronacrisis is zij net aan het eind van het eerste master jaar. Helaas zijn deze coschappen tijdelijk stopgezet, maar dit betekent niet dat ze stil is blijven zitten. In deze drukke tijden werkt zij hard om de GGD bij hun werkzaamheden te ondersteunen. Ter afwisseling werkt ze in haar vakanties het liefst als barista in Amsterdam. Al acht jaar lang is dit de plek waar ze steeds terugkomt.

Dus auteurs van de pocket Psychiatrie, is dat dan ook de kant die jullie op willen?

Ja Ritchie weet het in ieder geval zeker. In de eerste instantie twijfelde hij over de kindergeneeskunde, maar tijdens zijn semiarts stage kwam hij erachter; “Dit is niks voor mij…” Gelukkig kwam hij bij zijn keuzecoschap bij de crisisdienst en toen was hij verkocht. Hier hoopt hij dan ook na het behalen van zijn diploma weer aan de slag te kunnen. Op de vraag of hij dan de kinderpsychiatrie kant op zou willen, antwoordt hij stellig; “Nee niet meer. De zwaardere problematiek zoals schizofrenie en psychoses ga je bij kinderen nauwelijks zien en die vind ik veel interessanter!”

Grappig, want bij Roos is dat precies andersom. Altijd wilde zij graag de psychiatrie kant op. Echter door haar reguliere coschap bij de kindergeneeskunde in het AMC is zij gaan twijfelen of ze niet toch die kant op wil. Dus of richting kindergeneeskunde met wat psychiatrie of echt de kinderpsychiatrie richting. Gelukkig heeft ze nog genoeg tijd om dit uit te vinden gedurende 1,5 jaar aan coschappen.

Wat is er dan zo leuk aan de psychiatrie?

Roos vindt het leuk dat je niet alleen naar een somatische klacht kijkt. “Er zit zoveel meer achter een patiënt en dat wordt in de psychiatrie veel duidelijker.” Volgens haar heb je op een andere manier contact en interactie met je patiënt.

“Je ziet de hele mens”

Daar sluit Ritchie zich bij aan. Hij denkt dat je in de psychiatrie een betere band kan opbouwen met je patiënten. Je weet wie je voor je hebt en je kan ook de diepte ingaan. Het is mooi dat je alles kan vragen en dat iemand hoogstwaarschijnlijk de waarheid spreekt. Bij de psychiater komen vaak mensen die echt hulp zoeken en willen accepteren. “Daar heb je ook de tijd voor.” Bij een intake heb je een uur om iemand te leren kennen en alle domeinen af te gaan. Tijdens haar grote stages op zaal van de interne en chirurgie ontdekte Roos ook hoe leuk ze het vond, als ze een beetje tijd had, om iets meer over de patiënten te weten te komen.

Maar Roos, jij hebt het coschap psychiatrie nog helemaal niet gehad?

Roos: “Nee klopt, daarom was ik erg blij om Ritchie tegen te komen en de pocket samen te schrijven. Het leek me de perfecte combinatie van kennis uit de 2.0 reeks vanuit mij en kennis uit de coschap praktijk vanuit Ritchie.”

Klinkt inderdaad als een mooie balans. Is dit ook goed terug te zien in de pocket?

Dat hopen ze natuurlijk wel. In het interview is in ieder geval te merken dat de samenwerking tussen de twee soepel is verlopen. Het duo vult elkaar goed aan en heeft duidelijk een goede band. Dat moet ook haast wel als je zoveel tijd besteed om te overleggen, feedback te geven en te verwerken, koffie te drinken en frustraties te bespreken. Roos: “Het was erg handig dat we beide in het AMC bezig waren met onze stages. Hierdoor was het veel makkelijker om even snel te overleggen.” Samen hebben ze dan ook goed nagedacht over de perfecte aanvullingen op de kennis over de ziektebeelden die ook in de 2.0 te lezen is. In de bijlages zijn handige overzichten te vinden met onder andere differentiaal diagnostische rijtjes, het psychiatrisch onderzoek, een psychiatrische status en handige vragenlijsten.

Een hele vloeiende samenwerking dus. Waren er ook nog uitdagingen?

Roos: “Nou we liepen gelijk tegen een nieuwe wet aan. Hier weet Ritchie meer over, want die zat midden in het coschap.” Ritchie vult daarop aan dat er per 1 januari 2020 een nieuwe wet in is gegaan waarvan de invulling nogal vaag was. Het moest uit de praktijk blijken. Schrijven over een wet waarvan de uitwerking nog onduidelijk is… Een lastig deel dus om op te stellen.

Naar mijn idee gaat de psychiatrie sowieso nog veel veranderen. Zo had ik in mijn bachelor al te maken met de verandering van de ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)’. Hoe zijn jullie daarmee omgegaan?

Hierop legt Ritchie uit: “Eigenlijk wordt al het abnormale een beetje bij de psychiatrie ‘gedumpt’, met de tijd zullen hier dus nieuwe dingen bij komen.” In de pocket wordt nu de DSM-5 gehanteerd voor de aandoeningen, maar de vragenlijsten bijvoorbeeld die ze hebben verzameld, blijven sowieso lang relevant. Dus voorlopig zit je nog wel goed met deze pocket.

“De psychiatrie wordt inderdaad bepaald door de maatschappij en de cultuur.”

Waarom raden jullie aan om de pocket aan te schaffen?

“Naast dat hij natuurlijk in de doktersjas past, is het boekje beknopt, makkelijk en overzichtelijk. In het midden vind je uitgebreide kennis over de aandoeningen en achterin makkelijk terug te vinden overzichten met de differentiaaldiagnoses en vragenlijsten. En dit is zeker voor de coassistent erg handig! Als je op het internet zoekt naar vragenlijsten zie je op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer, er zijn er zoveel.” Ritchie en Roos hebben de belangrijkste, meest gebruikten in het boekje gestopt.

“Ongeveer vijf vragenlijsten die in de praktijk worden toegepast en internationaal goed gevalideerd zijn”

Die differentiaaldiagnoses zijn hierop een goede aanvulling. Ook dit is niet zomaar te vinden op het internet. Er is niet echt zoiets als een ‘acute boekje’ van de interne voor de psychiatrie. Ritchie heeft over deze lijsten veel gespard met het team en nog menig discussie moeten voeren met de psychiater, die hen begeleidde. Superhandig dus dat je na je anamnese en lichamelijk onderzoek op de gang even kan spieken en zo een volledige, mooie DD af te leveren aan je supervisor. Roos kan haar eigen boekje in ieder geval mooi testen tijdens het coschap.

Ritchie, heb jij nog een tip voor de coassistenten, ook voor degene die psychiatrie misschien niet zo interessant vinden?

Ritchie lacht hierop: “Ja, hoe overleef ik het coschap!” Hij zegt dat je vooral brutaal moet zijn. Loop naar de arts-assistent en stel voor om het gesprek te voeren. Je hebt waarschijnlijk totaal geen verstand hoe je dat uur vol kan praten. Dat heb je nog nooit gedaan, maar in de psychiatrie kan je alles vragen wat je wil met natuurlijk wat fatsoen. De psychiater heeft antwoorden nodig. Hierbij is een beetje directheid soms juist goed. Hier zit volgens Ritchie dan ook de uitdaging, ook als je een hele andere kant op wil.

Hoe was het om jullie pocket op de mat te zien liggen?

De twee schrijvers zijn blij het boekje in huis te hebben. Ze hebben er veel tijd in gestoken en toch nog lang op moeten wachten. Roos: “Je hebt geen idee hoe alles eruit komt te zien.” De twee werken namelijk gewoon in een Word bestand. Ritchie: “Nee, het ziet er niet uit bij ons, een grote lijst met bullet points.” Al met al vonden ze het een leuk proces om mee te maken en zijn ze enorm trots op het resultaat!

Beknopt CV Roos Mare van der Werf:

Beknopt CV Ritchie Roshan Wijnker:

Over Estelle van Eijk

Estelle van Eijk is 23 jaar en een trotste geneeskundestudent. Het is alweer vijf jaar geleden dat ze het stadse Rotterdam inruilde voor het dorpse Leiden. In september 2019 startte ze met haar coschappen. Een perfect moment om te ontdekken wat ze nu eigenlijk wil gaan doen! Met haar brede interesses van psychiatrie tot nefrologie en van kindergeneeskunde tot geriatrie, kan dat nog weleens een uitdaging gaan worden! Naast haar studie werkt ze bij het CHDR (Centre for Human Drug Research). Kortom, ze is een echte bezige bij met commissie- en bestuurservaring bij o.a. de studentendesk van het Rode Kruis. Voor Compendium Geneeskunde deelt ze een oude passie door haar (geneeskunde)ervaringen en hersenspinsels met jullie te delen!

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.