Mijn werkplekbegeleider vroeg of het nog wel goed met mij ging

Mijn werkplekbegeleider vroeg of het nog wel goed met mij ging

Anne is een tijd geleden gestart met haar coschappen voor de studie geneeskunde. Daarnaast onderneemt ze dagelijks veel sociale activiteiten. Ze is een bezige bij en neemt met plezier bijna alle uitdagingen aan die op haar pad komen. Haar to do list staat altijd vol. Op deze lijst staat o.a. het lopen van coschappen voor 50 uur per week en de taken die ze heeft als voorzitter van twee besturen. Haar leven veranderde abrupt toen ze op 23-jarige leeftijd te maken kreeg met een burn-out. In dit gesprek deelt Anne haar ervaring met het krijgen van een burn-out en hoe zij en haar naasten hiermee omgingen. 

*In dit interview is de naam Anne een pseudoniem*

Waar was je mee bezig in de periode voordat je een burn-out kreeg?

Ik was al ruim een jaar bezig met mijn coschappen. Naast het drukke leven als coassistent had ik nog veel nevenactiviteiten zoals mijn voorzittersfunctie bij de studentensportvereniging en een overkoepelende organisatie, het opzetten van een lustrumcommissie en tevens was ik net begonnen als onderzoeksassistent. Naast deze activiteiten sprak ik vaak af met vriendinnen en sportte ik wekelijks. Mijn agenda stond vaak twee á drie maanden van te voren al volgepland.

‘Ik voelde me als een stuiterbal, overdag was ik hyperactief en ‘s nachts kon ik niet slapen’

Wat waren de eerste klachten die je kreeg?

Het eerste wat me opviel was dat ik me overdag als een stuiterbal voelde. Ik was hyperactief waardoor ik ‘s nachts niet kon slapen. Tijdens mijn coschappen was ik overdag niet alleen bezig met de taken op mijn werkplek, maar ook was ik aan het werk voor de dingen die ik moest regelen voor mijn bestuur. Ik werkte in mijn pauze nog door aan mijn to do list, waardoor alles door elkaar heen ging. Ik nam geen rust. Ik kreeg veel last van slapeloosheid. Ik merkte dat ik nachten wakker lag.

Ik werd hier eigenlijk pas bewust van toen mijn werkplekbegeleider van mijn coschap neurologie vroeg of ik last had van veel spanning in mijn lijf. Zij had namelijk opgemerkt dat ik een verhoogde ademhaling had en veel motorische onrust. Zij was de eerste persoon die er wat over zei. Op dit moment begon ik in te zien dat het eigenlijk allemaal teveel werd. 

Wanneer barstte de bom?

Na mijn coschap neurologie ging ik twee weken op vakantie naar Japan. Een dag voordat ik mijn nieuwe coschap begon kwam ik terug uit Japan. Ik leefde de volgende dag van cafeïne om wakker te blijven en ik slikte melatonine voor het slapen gaan. De combinatie van het drukke leven wat ik leidde, het gebrek aan slaap en vooral het gebrek aan een rustmoment was teveel geworden. Samen met de studieadviseur heb ik toen besloten om de coschappen parttime te doen. Echter moest ik me alsnog vaak ziek melden, omdat ik oververmoeid was. Daardoor heb ik toen besloten om mijn coschappen tijdelijk te stoppen. 

‘Ik moet stoppen met mijn coschappen, het gaat niet meer.’

Hoe heb je verteld dat je niet verder kon gaan met de coschappen? 

Ik probeerde het heel casual te laten klinken. Ik heb even pauze genomen, omdat alles bij elkaar te druk is. Dit klonk voor mij een stuk minder heftig dan: “Ik moet stoppen met de coschappen omdat het niet meer gaat”. Ik vertelde dat ik gestopt was met de coschappen alleen aan de mensen die dicht om me heen stonden.

Wat voor soort hulp heb je gehad?

Ik ben naar de huisarts gegaan. De huisarts heeft me doorverwezen naar een psycholoog. Daarnaast heeft de huisarts bètablokkers voorgeschreven, zodat mijn hartslag me niet meer uit mijn slaap zou houden. Bij de psycholoog kreeg ik toegang tot een zelfhulpprogramma. Dit programma probeert je meer inzicht te geven in de oorzaken van jouw klachten en een plan op te stellen als het even niet gaat hoe jij dat wil. 

‘Het was erg pijnlijk dat er vriendinnen waren die me niet begrepen.’

Hoe gingen je ouders en je vrienden en vriendinnen om met de situatie? 

Voor mijn ouders was dit geen nieuwe situatie. Ik kom uit een streberig gezin. Mijn middelste zus en vader waren pas weer geïntegreerd na een burn-out. Dat ik een burn-out kreeg was dus in die zin geen schok. Het was super fijn om direct serieus genomen te worden door mijn ouders. 

Een van mijn (op dat moment) beste vriendinnen gaf mij telkens als we praatten het idee dat zij het veel zwaarder had dan ik, terwijl zij op dat moment gewoon aan het werk was. Ik had niet het idee dat ze me erg serieus nam. Ze verwachtte ook dat ik naar haar toe kwam (ze woonde aan de andere kant van het land) en telkens als ik haar bij mij uitnodigde dan kon ze niet. De vriendschap is uiteindelijk een beetje doodgebloed. Daar heb ik het best wel moeilijk mee gehad. Een andere vriendin vertelde me dat ze het niet had verwacht. Ze zei dat zij veel perfectionistischer was en ik meer pragmatisch, dus dat als er iemand een burnout zou krijgen dat het veel logischer was dat zij het was. Dat deed ook behoorlijk zeer, ik heb ook niet bewust voor een burn-out gekozen.

Verder waren de reacties van mijn vriendinnen allemaal erg lief en meelevend. Ik heb van een aantal mensen gehoord dat ze hadden verwacht dat dit veel eerder zou gebeuren, omdat ik zoveel ballen tegelijk probeerde in de lucht te houden. Maar ze zeiden ook terecht dat als ze dat eerder aan mij zouden hebben gezegd dat ik ze toch niet had geloofd. Ze gaven me het gevoel dat er op dat moment even niets aan de hand was, wat ook zeker een welkome afwisseling was.

‘Mijn studiebegeleider ondernam niet veel om mij te helpen’

Hoe ging de universiteit ermee om? 

Het contact met de studieadviseur verliep erg moeilijk. Ik probeerde vaak contact te zoeken maar dit werkte niet. In de eerste instantie zou hij voor mij regelen dat ik 4 dagen per week coschappen zou lopen. Echter de reactie van zijn kant bleef uit. Ik werd steeds wanhopiger en uiteindelijk stuurde ik hem dat ik besloten had om te stoppen met de coschappen. Ik heb dit hele proces niet als heel behulpzaam ervaren. Mijn mentor probeerde mij wel goed te ondersteunen met gesprekken. 

Wat heeft volgens jou geleid tot de burn-out? 

De oorzaak van mijn burn-out was dat ik teveel dingen wilde ondernemen. Ik voelde me overal verantwoordelijk voor. Ik heb moeten leren om taken over te dragen aan anderen en vooral dat nee zeggen ook een optie is. Daarnaast moest ik leren dat mensen niet boos of teleurgesteld zijn als je nee zegt. De reden dat mensen een burn-out krijgen is natuurlijk voor iedereen anders.

Had je de burn-out kunnen voorkomen?

Ik denk dat als ik de twee weken vakantie na het coschap neurologie niets had gepland dat ik op dat moment niet uitgevallen zou zijn. Als ik op dat moment geprobeerd zou hebben om wat meer rustmomenten te creëren in mijn leven dan was het wellicht beter gegaan. Nog steeds wil ik reageren op elke leuke (bestuurs)functie die ik zie, omdat ik het gewoon ontzettend leuk vind om te doen. Maar nu heb ik mensen om me heen die zeggen dat dat onverstandig is en zelf zie ik dat ondertussen ook wel in. 

Hoe heb je de re-integratie aangepakt? 

In mijn stop heb ik mijn neventaken zoveel mogelijk overgedragen aan anderen en een paar maanden na mijn herstart ben ik ook officieel gestopt met mijn beide bestuurstaken en tevens met mijn bijbaan. Nadat ik 5 maanden gestopt was begon ik weer met coschappen. Ik ben wel meteen fulltime gestart met het coschap maar heb gezorgd dat ik daarnaast niets extra’s had. Dit zorgde voor meer rust en ontspanning. Coschappen op zich zijn al druk genoeg.

Wat heeft de burn-out jou opgeleverd?

Ik luister beter naar mijn lichaam en ik ben beter geworden in het aangeven van mijn grenzen. Voorheen pakte ik altijd alle kansen die me leuk en interessant leken qua bijbaantjes, commissies en besturen, maar nu laat ik dingen aan me voorbij gaan als ik het verder al druk genoeg heb, zodat ik tijd overhoud om uit te rusten.

Denk je dat er minder taboe op dit onderwerp zou moeten zijn?

Jazeker, er zou inderdaad minder taboe op het krijgen van een burn-out moeten zijn. Het wordt nu enerzijds genormaliseerd; overwerken is de norm geworden en begeleiding is zeer wisselend. Aan de andere kant speelt (voor mijn gevoel) het idee dat mensen die zijn uitgevallen door een burn-out niet geschikt zijn voor bijvoorbeeld specialistenopleidingen. Beide zijn natuurlijk onredelijk en ik denk dat als er een betere omgeving wordt gecreëerd voor jonge artsen dat dit zowel voor henzelf als voor de zorg die ze leveren beter is.

‘Luister goed naar je eigen lichaam’

Wat zou je willen meegeven aan de lezers?

Als je vanuit je omgeving signalen krijgt dat je te druk bent, luister daar dan naar. Maar luister bovenal goed naar jezelf. Je hebt veel meer aan een goede mentale gezondheid dan een uitstekend CV van 3 kantjes of een 10 voor elk coschap. Doe dingen waar jij energie van krijgt. Voor de een is dit lekker een boek lezen op de bank en voor de ander is dit op zondagmorgen een rondje rennen in het park. Neem op tijd rust en zorg ervoor dat je jouw eigen balans vindt tussen werk en ontspanning.

Voor de werkgevers, vakbonden, overheid etc.: Het 38+10 contract plus gratis overuren draagt niet bij aan betere werkprestaties. Daarnaast wordt het jonge artsen vaak hard afgerekend als ze een klein foutje maken, terwijl al het goede werk dat ze leveren vaak onbeloond blijft. Ik denk dat betere arbeidsvoorwaarden bijdragen aan een betere werksfeer en een betere mentale gezondheid. Goed voor de artsen en goed voor de patiënten.

Over Jenna Claessen

Jenna Claessen is geneeskundestudent aan de universiteit te Maastricht. Ze is in oktober 2019 gestart met haar coschappen. Naast haar studie werkt ze als auteur van samenvatting bij Slimacademy en houdt ze ervan om creatief bezig te zijn met het maken van illustraties. Ze vindt het heel tof dat je haar artikel hebt gelezen. Ze is ontzettend enthousiast en wil jullie een kijkje geven in alle topics die bij het vak geneeskunde komen kijken!

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.