Studeer jij geneeskunde in Nijmegen?
Download onze studeertips voor in Nijmegen
Wil jij jouw studie geneeskunde in Nijmegen ook met een vliegende start beginnen? We got you! Ons gratis zakkaartje staat vol met handige tips om goed te studeren.
nieuwe geneeskunde-studenten in Nijmegen ieder jaar
van onze lezers is geneeskundestudent
geneeskundestudenten schreven mee aan onze boekenreeks
van de geneeskunde-studenten heeft de boekenreeks in huis
Het Curriculum van Nijmegen
Op deze pagina ontdek je hoe onze boeken en app, aansluiten op jouw curriculum en hoe ze je ondersteunen bij het studeren en voorbereiden op tentamens.
Zo maken we leren leuker en gemakkelijker!
Hoe gebruik ik Compendium in de bachelor in Nijmegen?
De bachelor Geneeskunde in Nijmegen is opgebouwd rondom verschillende thema's en leerlijnen. Naarmate je verder komt, verschuift de nadruk van de basis van het menselijk lichaam steeds meer naar klinisch redeneren en specifieke ziektebeelden. De boekenreeks kun je hierbij de hele bachelor door als naslagwerk gebruiken: eerst vooral om basiskennis op te bouwen, later steeds meer om die toe te passen op klinische vraagstukken.
-
In dit eerste kwartaal maak je kennis met de geneeskunde en word je ondergedompeld in verschillende onderwerpen uit het bachelorcurriculum, als brede basis voor de rest van je studie. Omdat je hier met veel verschillende onderwerpen in aanraking komt, kun je de hele Compendium Zesdelige reeks 2.0+ gebruiken om onderwerpen die je interessant vindt verder uit te zoeken.
-
Hier staat de invloed van erfelijke aanleg (nature) en gezondheidsgedrag en omgeving (nurture) op de gezondheid centraal. Je leert hoe genetische en omgevingsfactoren afzonderlijk én samen bijdragen aan het ontstaan van ziekten.
Vooral deel 2 - Klinische genetica is voor dit kwartaal handig. -
In dit kwartaal leer je hoe het lichaam ervoor zorgt dat processen als ademhaling, circulatie, spijsvertering en energievoorziening voortdurend in evenwicht blijven. Een goed begrip van de normale fysiologie vormt de basis om afwijkingen te herkennen.
De boekenreeks is hierbij vooral handig om de anatomie, embryologie, histologie en fysiologie van de orgaansystemen na te lezen, bijvoorbeeld de hoofdstukken over het cardiovasculaire systeem, longen en maag-darmkanaal. Ook endocrinologie is relevant voor de hormonale regulatie van homeostase en stofwisseling. -
Hier leer je hoe het lichaam zich verdedigt tegen ziekteverwekkers: het immuunsysteem, micro-organismen en het ontstaan en verloop van infecties.
Deel 3 - Immunologie en allergologie sluit hier goed op aan om de onderdelen van het immuunsysteem en de immuunrespons te begrijpen. Kom je tijdens een werkgroep of zelfstudie een afweermechanisme of ziektebeeld tegen? Dan is dit een handig hoofdstuk om kort na te lezen. -
In de eerste helft van jaar twee worden de thema's uit jaar één verder uitgediept: levensfasen en nieuwvorming (kwartaal 5), beweging en stroming (kwartaal 6). De basiskennis wordt steeds meer gekoppeld aan ziekte en afwijkingen.
De boekenreeks wordt in deze fase steeds meer een naslagwerk voor specifieke onderwerpen - denk aan de hoofdstukken oncologie, orthopedie, cardiologie of longgeneeskunde, afhankelijk van het thema. -
Vanaf kwartaal 7 wordt het curriculum steeds specifieker gericht op de geneeskunde. Je start met de leerlijn Klinische vraagstukken en vaardigheden (KVV), waarin je klinisch redeneren rondom gezondheids- en ziekteproblemen leert en vaardigheden voor persoonsgerichte zorg ontwikkelt.
De KVV bestaat uit vijf clusters, verspreid over de laatste zes kwartalen van de bachelor. Juist hier is Compendium handig om je kennis over een specialisme of ziektebeeld te verdiepen.- Cluster A - Circulatie, respiratie en nierfalen
Handig: deel 2 - Nefrologie, deel 5 - Cardiologie en vasculaire geneeskunde, deel 5 - Longgeneeskunde. - Cluster B - Zenuwstelsel, zintuigen en bewegingsapparaat
Handig: deel 1 - Neurologie, deel 1 - Oogheelkunde, deel 1 - Keel-, neus- en oorheelkunde, deel 3 - Reumatologie, deel 4 - Orthopedie. Deze hoofdstukken zijn vooral waardevol wanneer je vanuit een klacht (zoals pijn, krachtsverlies of een bewegingsbeperking) naar de relevante anatomie, pathofysiologie en ziektebeelden moet redeneren. - Cluster C - Abdomen, kleine bekken en urogenitaal stelsel
Handig: deel 1 - Oncologie, deel 2 -Urologie, deel 2 - Gynaecologie en obstetrie, deel 2 - Acute geneeskunde, deel 4 - Gastro-enterologische chirurgie, deel 4 - Maag-, darm- en leverziekten. Bij een casus over bijvoorbeeld buikpijn kun je Compendium gebruiken om oorzaken per orgaansysteem na te zoeken en je differentiaaldiagnose uit te werken. - Cluster D - Zenuwstelsel, psychoproblematiek en huid
Handig: deel 1 - Neurologie, deel 1 - Psychiatrie, deel 3 - Dermatologie. - Cluster E - Algemene en integratievraagstukken
In dit laatste cluster komen verschillende onderwerpen samen, een goed moment om de boekenreeks breed te gebruiken en verbanden tussen specialismen te leggen. Relevant: deel 1 - Oncologie, deel 2 - Acute geneeskunde, deel 2 - Medische microbiologie, infectiepreventie en (tropen)infecties, deel 3 - Endocrinologie, deel 4 - Farmacotherapie, deel 5 - Kindergeneeskunde, deel 5 — Medische ethiek, en uit deel 6: EHBO, Ouderengeneeskunde, Maatschappij en gezondheid, Geneeskunde voor Verstandelijk Gehandicapten, Palliatieve zorg en Verslavingsgeneeskunde.
- Cluster A - Circulatie, respiratie en nierfalen
-
In Nijmegen krijg je verschillende soorten toetsen, waaronder de MGZ- en KVS-toetsen met meerkeuzevragen. De precieze leerstof verschilt per onderwijsblok.
De boekenreeks dient hierbij vooral als aanvulling op het reguliere onderwijs: merk je tijdens het leren dat je een ziektebeeld of onderwerp nog niet goed begrijpt, dan gebruik je het betreffende hoofdstuk om de stof verder uit te leggen en in een groter geheel te plaatsen. De handigste aanpak is dan ook niet om de boeken van begin tot eind te leren, maar ze gericht in te zetten bij onderwerpen die je lastig vindt.
-
De voortgangstoets (VGT) is een verplicht onderdeel van zowel de bachelor als de master. In plaats van alleen de stof uit één blok te toetsen, kijkt de VGT naar je algemene medische kennis en hoe die zich gedurende je opleiding ontwikkelt.
In Nijmegen wordt de VGT vier keer per jaar afgenomen - in september, december, februari en mei - gezamenlijk met andere geneeskundeopleidingen in Nederland. Je hoeft er in principe niet specifiek voor te leren: als je actief deelneemt aan het onderwijs en de stof bijhoudt, bouw je de benodigde kennis vanzelf op.
Wil je toch extra oefenen, dan is de Compendium App hiervoor handig: je maakt oefenvragen over uiteenlopende onderwerpen, gericht op wat jij lastig vindt. Er is bovendien een apart VGT-onderdeel met vragen die aansluiten bij het type vragen dat je op de toets kunt verwachten. -
In Nijmegen zijn er verschillende soorten practica, waaronder snijzaalpractica en practica lichamelijk onderzoek.
Voor de snijzaal is een goede voorbereiding van de anatomie belangrijk - vaak wordt voorafgaand een formatieve toets afgenomen om te checken of je voldoende voorkennis hebt. Bij de practica lichamelijk onderzoek leer je stap voor stap onderdelen van het onderzoek; ook hier is vooraf de aangegeven hoofdstukken doornemen de beste voorbereiding, en wordt regelmatig een formatieve toets gebruikt om je voorbereiding te checken.
-
In Nijmegen zijn de PKR-werkgroepen (Patiëntgericht Klinisch Redeneren) een belangrijk onderdeel van het onderwijs. Bij elke casus neem je de rol aan van een arts in de eerste of tweede lijn: een patiënt presenteert zich met klachten, en de casus wordt stap voor stap via Brightspace beschikbaar gesteld. Per casus lever je op verschillende momenten drie instuuropdrachten in, met steeds ongeveer drie dagen de tijd - fijn om hierover met medestudenten te sparren.
De boekenreeks is hierbij een handig hulpmiddel: bij een ingangsklacht vind je snel de belangrijkste differentiaaldiagnoses, waarna je de relevante ziektebeelden verder uitwerkt op symptomen, diagnostiek en behandeling.
Hoe gebruik ik Compendium in de master in Nijmegen?
Ga je coschappen gemakkelijker door met Compendium!
In de master Geneeskunde in Nijmegen loop je vijftien coschappen, verdeeld over tien episodes. Elke episode bestaat uit één tot drie weken Centraal Klinisch Onderwijs (CKO-voor), gevolgd door het coschap zelf, en sluit af met een week CKO-na waarin je reflecteert.
De boekenreeks is een fijne voorbereiding op elk coschap: neem vooraf het hoofdstuk van het betreffende specialisme door, en zoek tijdens het coschap specifieke ziektebeelden of behandelingen op. De pockets zijn daarnaast ideaal om mee te nemen naar het ziekenhuis voor als je snel iets wilt opzoeken.
-
Je komt met veel verschillende ziektebeelden en specialismen in aanraking, dus de boekenreeks is breed inzetbaar: deel 1 - Kliniek, deel 2 - Acute geneeskunde en Nefrologie, deel 3 - Endocrinologie, Hematologie, Immunologie en allergologie, Reumatologie, deel 4 - Farmacotherapie en Maag-, darm- en leverziekten, deel 5 - Cardiologie en vasculaire geneeskunde, Longgeneeskunde, deel 6 - Palliatieve zorg. Vooral de pockets Cardiologie en vasculaire geneeskunde, Longgeneeskunde en MDL zijn handig om bij de hand te hebben - net als de pocket Kleine verrichtingen voor praktische vaardigheden.
-
Handig: deel 1 - Neurologie, deel 4 - Farmacotherapie. De pocket Neurologie is ideaal om tijdens het coschap snel ziektebeelden, onderzoek en behandelingen na te zoeken.
-
Handig: deel 1 - Psychiatrie, deel 4 - Farmacotherapie. Neem het hoofdstuk Psychiatrie vooraf door voor de belangrijkste ziektebeelden en diagnostische criteria, en gebruik tijdens het coschap de pocket Psychiatrie om snel iets na te zoeken.
-
Handig: deel 4 - Gastro-enterologische chirurgie, Farmacotherapie, Orthopedie, Plastische chirurgie, Traumachirurgie, Vaatchirurgie, deel 5 - Cardiologie en vasculaire geneeskunde. Voor tijdens het coschap zijn de pockets Traumachirurgie en orthopedie, GE-chirurgie, Vaatchirurgie en Kleine verrichtingen het handigst.
-
Handig: deel 4 - Farmacotherapie, deel 5 - Kindergeneeskunde. De pocket Kindergeneeskunde is fijn om tijdens het coschap snel info over veelvoorkomende ziektebeelden en behandelingen op te zoeken.
-
Handig: deel 2 - Gynaecologie en obstetrie, deel 4 - Farmacotherapie. Neem het hoofdstuk vooraf door voor de belangrijkste ziektebeelden en behandelingen; de pockets Gynaecologie en obstetrie en Kleine verrichtingen zijn handig tijdens het coschap.
-
Handig: deel 2 - Acute geneeskunde, deel 4 - Farmacotherapie. De pocket Acute geneeskunde is bij uitstek praktisch: tijdens een drukke dienst wil je niet uitgebreid lezen, maar snel de kern van een acuut ziektebeeld of behandeling terugvinden.
-
Handig: deel 1 - Keel-, neus- en oorheelkunde, deel 4 - Farmacotherapie, pocket KNO, pocket Kleine verrichtingen.
-
Handig: deel 3 - Dermatologie, deel 4 - Farmacotherapie, pocket Dermatologie, pocket Kleine verrichtingen.
-
Bij ouderenzorg komen vaak meerdere ziektebeelden en geneesmiddelen tegelijk samen - belangrijk om niet naar één aandoening te kijken, maar naar de patiënt als geheel. Handig: deel 4 - Farmacotherapie, deel 6 - Ouderengeneeskunde, pocket Ouderengeneeskunde.
-
Je ziet een grote variatie aan klachten en leert vooral beoordelen, differentiëren en bepalen wanneer onderzoek of verwijzing nodig is. Handig: deel 3 - Huisartsgeneeskunde, deel 4 - Farmacotherapie. De pocket Huisartsgeneeskunde is ideaal om tijdens het spreekuur snel iets na te zoeken, net als de pocket Kleine verrichtingen.
-
Deze coschappen vul je grotendeels zelf in. Gebruik het bijpassende deel van Compendium om je kennis over het gekozen specialisme vooraf op te frissen - een mooie kans om je juist te verdiepen in een onderwerp dat je interesseert.
-
Tijdens je onderzoeksstage - in Nederland of het buitenland - gebruik je Compendium minder als dagelijks werkboek, maar wel om snel medische achtergrondkennis over je onderzoeksonderwerp na te lezen, bijvoorbeeld de klinische context van een aandoening of behandeling.
-
Voor het coschap: lees het relevante hoofdstuk of de belangrijkste ziektebeelden om je basiskennis op te frissen.
Tijdens het coschap: gebruik de pockets om snel iets op te zoeken bij een ziektebeeld, geneesmiddel of verrichting die je nog niet goed kent.
Na een patiëntcontact: zoek onderwerpen waar je tegenaan liep uitgebreider op in de boekenreeks, zodat je de theorie direct koppelt aan een patiënt die je zelf hebt gezien.Zo hoef je niet ieder boek van begin tot eind te leren, maar gebruik je Compendium gericht op de patiënten en situaties die je tijdens je coschap tegenkomt.
-
De voortgangstoets (VGT) is een verplicht onderdeel van zowel de bachelor als de master. In plaats van alleen de stof uit één blok te toetsen, kijkt de VGT naar je algemene medische kennis en hoe die zich gedurende je opleiding ontwikkelt.
In Nijmegen wordt de VGT vier keer per jaar afgenomen - in september, december, februari en mei — gezamenlijk met andere geneeskundeopleidingen in Nederland. Je hoeft er in principe niet specifiek voor te leren: als je actief deelneemt aan het onderwijs en de stof bijhoudt, bouw je de benodigde kennis vanzelf op.
Wil je toch extra oefenen, dan is de Compendium App hiervoor handig: je maakt oefenvragen over uiteenlopende onderwerpen, gericht op wat jij lastig vindt. Er is bovendien een apart VGT-onderdeel met vragen die aansluiten bij het type vragen dat je op de toets kunt verwachten.
Bekijk hier onze boeken!
"Ik vind het vooral fijn om de Compendiumboeken te gebruiken ter voorbereiding op de PKR-werkgroepen (Klinisch Redeneren). De belangrijkste differentiaaldiagnoses per ingangsklacht kun je hier gemakkelijk terugvinden."
Bachelorstudent Nijmegen
Wist je dat...
Compendium Geneeskunde op 80% van
de boekenlijsten voor geneeskunde staat?
De Compendium Methode
Vind je het soms lastig om te bepalen hoe je de Compendiumboeken het beste gebruikt? Daarom werken we met de Compendium Methode: een vaste, overzichtelijke en visuele opbouw waarbij elk onderwerp volgens dezelfde structuur is uitgewerkt met schema’s, icoontjes en heldere samenvattingen. Door deze methode consequent te volgen, wordt de Compendium Zesdelige reeks 2.0+ makkelijker in gebruik en kun je de leerstof sneller overzien, beter onthouden en direct toepassen tijdens je studie.
Veelgestelde vragen over geneeskunde studeren in Nijmegen
Hieronder lees je de antwoorden op een aantal veelgestelde vragen over medicijnen studeren in Nijmegen.
-
De bachelor bestaat uit thema's en leerlijnen verdeeld over kwartalen: de eerste zes kwartalen bouwen de basiskennis van het lichaam op (van Verwondering tot Beweging en stroming), en vanaf kwartaal 7 draait het om klinisch redeneren via de leerlijn Klinische vraagstukken en vaardigheden (KVV), verdeeld over vijf clusters.
-
De master bestaat uit vijftien coschappen, verdeeld over tien episodes. Elke episode start met Centraal Klinisch Onderwijs (CKO-voor), gevolgd door het coschap zelf en een reflectieweek (CKO-na).
-
De voortgangstoets (VGT) vindt vier keer per jaar plaats:in september, december, februari en mei, samen met andere geneeskundeopleidingen in Nederland. Oefenen kan gericht met het VGT-onderdeel in de Compendium App.
-
PKR staat voor Patiëntgericht Klinisch Redeneren: je neemt de rol aan van een arts en werkt een patiëntcasus stap voor stap uit via Brightspace, met drie instuuropdrachten per casus. De boekenreeks helpt je snel differentiaaldiagnoses en bijbehorende ziektebeelden op te zoeken.
-
Neem voorafgaand aan het coschap het hoofdstuk van het betreffende specialisme door in de boekenreeks, en gebruik tijdens het coschap de pockets om snel ziektebeelden, geneesmiddelen of verrichtingen op te zoeken.
-
Een goede voorbereiding van de anatomie is essentieel. Voorafgaand aan het practicum wordt vaak een formatieve toets afgenomen om te checken of je voldoende voorkennis hebt.
