Waar trek jij de grens?

Waar trek jij de grens?

Al snel na het lezen van het onderzoek dat de Jonge Dokter en het onderzoeks- en adviesbureau Sardes in augustus 2020 publiceerden*, spoken er verschillende gedachten door ons hoofd. Naast de helft van de jonge dokters geeft namelijk ook 56% van onze collega coassistenten aan wel eens te overwegen om te stoppen. Kijkend naar onze eigen ervaringen verbaast ons dat eerlijk gezegd weinig. Coschappen zijn soms zwaar, uitputtend en belastend. De bevinding dat het leven als arts soms ook zijn tol eist, baart ons zorgen.

Een ontdekkingsreis begint

Voordat je als coassistent nog maar een stap in het ziekenhuis hebt gezet, word je door medestudenten al bang gemaakt met verhalen over de coschappen. Zo zouden coschappen veel tijd kosten en daarnaast zou het uitdagend zijn om naast je coschappen een sociaal leven te hebben. Daartegenover staat dat je wel eindelijk patiënten kan zien en de theorie, die je in al die jaren in je hoofd hebt gestampt, in de praktijk kan toepassen. Bovendien ga je erachter komen of het vakgebied waar je altijd al van droomde wel echt bij jou past of ontdekken wat je nou eigenlijk leuk vindt of wat juist niet: een ontdekkingsreis begint!

Meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling

In die ontdekkingsreis loop je echter al snel tegen jezelf aan, want wat mag je als coassistent doen? Wat kan je als coassistent? Waar moet ik staan als coassistent? Wie ben ik nou eigenlijk? Voor dat stukje persoonlijke ontwikkeling is vaak bijzonder weinig aandacht en begeleiding. Het is juist ontzettend belangrijk om sterk in je schoenen te (leren) staan, jezelf te ontwikkelen en te weten wat je wil. De coassistent die als ‘‘groentje’’ de eerste dag binnenloopt in het ziekenhuis, moet opbloeien tot een zelfverzekerde jonge arts. Niet alleen de competenties medisch deskundige en academicus maken je een goede arts. Als jij je zelfverzekerd voelt en lekker in je vel zit, kun je uiteindelijk betere zorg leveren aan je patiënten. Er zou in het curriculum meer aandacht moeten komen voor persoonlijke ontwikkeling.

Beoordeeld (of veroordeeld?) worden

Uit het onderzoek bleek dat jonge artsen een hoge werkdruk en prestatiedruk ervaren, veel verantwoordelijkheden hebben en het werk emotioneel belastend vinden. Coassistenten zien deze hoge werkdruk van de arts-assistenten ook. Om te voorkomen dat je straks de boeken ingaat als “het is wit en het staat in de weg”, cijfer je je over het algemeen makkelijk weg. Dit uit zich vaak in een gevoel van nutteloosheid. Je wilt iets doen om te helpen, maar hoe? Dus om niet nog meer tijd te eisen van die arts vraag je toch niet die beoordeling die je eigenlijk had willen hebben. Aan de andere kant heb je juist het idee dat je constant beoordeeld of misschien zelfs veroordeeld wordt. Heb je een keer een mindere klik met de arts dan zie je dat vast terug in je beoordeling. Deze afhankelijkheid (vaak langer dan tien jaar) maakt onzeker en als co snak je ernaar minder afhankelijk te zijn van anderen en je onderdeel van het team te voelen. Want ondanks dat je als co een (onbetaalde) fulltime werkweek draait (vijf dagen in de week met soms nog een aantal weekenddiensten, avonddiensten of zelfs nachtdiensten), ben je vaak niet echt onderdeel van het team en kan je de artsen slechts een enkele keer wat van hun werkdruk ontnemen. 

Hoort het er niet gewoon bij?

Werkdruk is dus misschien niet helemaal het juiste woord voor wat wij als coassistenten ervaren, maar prestatiedruk zeker wel. Geneeskundestudenten willen altijd het onderste uit de kan halen. Met daarbij een hoog gehalte aan perfectionisme en competitiedrang. Bovendien krijgt men het gevoel dat je elke dag de beste versie van jezelf moet zijn. Er wordt van je verwacht dat je alles aangrijpt en leuk vindt. Als je op vrijdag om 17.00 uur nog wordt meegevraagd om te assisteren op een OK, die zeker langer dan twee uur zal duren, dan zal je de plannen voor die avond moeten afzeggen. Je moet voor jezelf op kunnen komen en grenzen kunnen stellen, maar ja wat zijn die grenzen? In de bachelor staan we daar eigenlijk nauwelijks bij stil en ook in deze masterfase is er haast geen ruimte om dit te evalueren. Daarnaast heerst er een taboe tussen geneeskundestudenten om je grenzen aan te geven of om toe te geven dat je ergens moeite mee hebt. Dit gevoel stop je snel weg onder het mom van: “Al velen zijn mij voorgegaan. Het hoort er gewoon bij.” Ja, dat klopt, ook die specialist heeft de co beproeving moeten doorstaan, maar dit betekent natuurlijk niet dat je het niet als zwaar mag ervaren. Het is niet gek dat er in die driejarige ontdekkingsreis soms plekken zijn waar jij wat minder mee hebt en waar jij de dagen als wat zwaarder ervaart dan een ander. En nee, je bent niet de enige die er soms echt een dag geen zin in heeft. 

Samen de cultuur veranderen

Al met al zijn die coschappen soms best zwaar, uitputtend en belastend, maar dit komt ook deels door de cultuur die wij zelf stiekem in stand blijven houden. Het is tijd om ons aan te sluiten bij de jonge dokters en samen de cultuur te veranderen. Laten we ons echte zelf zijn, ons kwetsbaar op durven stellen en zo zelfverzekerde jonge artsen worden die voor zichzelf zorgen, opkomen en bovenal doen wat wij leuk vinden. Een tip: stel jezelf doelen en werk daaraan. Als je de begeleiding niet van een supervisor krijgt, word dan je eigen supervisor, en plan daar ook echt tijd met jezelf voor in. En vergeet in de tussentijd dus niet dat de coschappen er zijn om iets te leren; over de verschillende vakgebieden, over patiënten en met name over jezelf. Probeer te genieten van die ontdekkingsreis en hou vol!

* Donkers, E., Kruiter, J. and Blezer, M., 2020. Hoe zit jij in je vel?. Onderzoek naar werkplezier en werkstress bij jonge dokters. Sardes & De Jonge Dokter. [online] Available at: <https://dejongedokter.nl/wp-content/uploads/2020/08/Rapport-De-Jonge-Dokter-2020-31-07-1.pdf> [Accessed 10 January 2021].

Over Jenna Claessen en Estelle van Eijk

Jenna Claessen is geneeskundestudent aan de universiteit te Maastricht. Ze is in oktober 2019 gestart met haar coschappen. Naast haar studie werkt ze als auteur van samenvatting bij Slimacademy en houdt ze ervan om creatief bezig te zijn met het maken van illustraties. Ze vindt het heel tof dat je haar artikel hebt gelezen. Ze is ontzettend enthousiast en wil jullie een kijkje geven in alle topics die bij het vak geneeskunde komen kijken!

Estelle van Eijk is 24 jaar en een trotste geneeskundestudent. Het is alweer vijf jaar geleden dat ze het stadse Rotterdam inruilde voor het dorpse Leiden. In september 2019 startte ze met haar coschappen. Een perfect moment om te ontdekken wat ze nu eigenlijk wil gaan doen! Met haar brede interesses van psychiatrie tot nefrologie en van kindergeneeskunde tot geriatrie, kan dat nog weleens een uitdaging gaan worden! Naast haar studie werkt ze bij het CHDR (Centre for Human Drug Research). Kortom, ze is een echte bezige bij met commissie- en bestuurservaring bij o.a. de studentendesk van het Rode Kruis. Als blogger en hoofdredacteur van de blog deelt Estelle voor Compendium Geneeskunde haar (geneeskunde)ervaringen en hersenspinsels!

Related Posts

One Response to “Waar trek jij de grens?”

augustus 13, 2021 at 12:38 pm, jan keesmaat said:

Vraag jezelf eens af waarom je arts wil worden, nog voor je er aan de studie bent begonnen.
Status? macht? omdat je ouders het ook zijn of waren? omdat je voor je gevoel de dood en verval)ziekte’ wilt beheersen en jou het gevoel geeft dat je oppermachtig bent dit uit te stellen? kortom wat is nu echt je drijfveer?
Alleen naar mijn mening als het je passie is,en je een Dr. house instelling hebt,ga je het redden,anders zeg ik, begin er niet aan. een arts zijn is geen parttimebaan naast huismoeder zijn, en andere verplichtingen ,maar een full time 24 uursbaan voor het leven. je moet houden van mensen !! dit laatste is vooral zeer belangrijk zoniet het belangrijkste,het gaat niet om jou maar om de patient! dus het moet een roeping zijn ,voor sommigen zelfs vanuit hun religie-geloof zoals ikzelf.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.